Nox Room heeft nieuwe naam: Hunters & Hiders
13 August 2026
De bijlwerpen techniek is minder ruw dan hij oogt. Een bijl die netjes blijft steken, is bijna altijd het resultaat van een rustige, gecontroleerde beweging in plaats van van brute kracht. Wie voor het eerst op de baan staat, merkt dat binnen een paar worpen. Zodra grip, stand en timing kloppen, draait het lemmet precies één keer om en komt het met de punt vooruit in het hout.
Een werpbijl vliegt draaiend door de lucht. Het lemmet moet dus op het juiste moment naar voren wijzen, en dat moment hangt af van de afstand en van de manier waarop de bijl wordt losgelaten. Te hard gooien versnelt de rotatie, waardoor de bijl te ver doordraait en met de steel het bord raakt. Een soepele beweging levert daardoor betere resultaten dan een harde uithaal.
De meest gebruikte greep is tweehandig. Beide handen sluiten om het onderste deel van de steel, met de duimen langs de steel in plaats van eromheen geklemd. De schouders blijven ontspannen. Vervolgens gaat de bijl recht boven het hoofd, ongeveer tot achter de nek, waarna de armen in één lijn naar voren komen. Het lemmet blijft daarbij verticaal; kantelen zorgt voor een scheve vlucht.
Een eenhandige worp kan ook, maar vraagt meer controle over de pols. Voor de eerste keer werkt de tweehandige variant beter, omdat de kans op afwijkingen kleiner is.

De voeten staan op schouderbreedte, met één voet iets naar voren. Het gewicht verplaatst tijdens de worp van achter naar voren, zodat het hele lichaam meedoet en niet alleen de armen. De afstand tot het bord ligt meestal rond de vier meter, maar dat is geen vaste wet.
Draait de bijl namelijk te ver door, dan helpt een halve stap naar voren. Komt hij juist met de bovenkant aan, dan is een halve stap naar achteren de oplossing. Zo vindt vrijwel iedereen binnen enkele worpen zijn eigen afstand. Dit kalibreren is het belangrijkste onderdeel van de bijlwerpen techniek.

De bijl verlaat de handen wanneer de armen ongeveer op ooghoogte zijn, recht voor het lichaam. Doorzwaaien is niet nodig; de handen stoppen als vanzelf. Wie de bijl te laat loslaat, stuurt hem naar beneden. Te vroeg loslaten levert een hoge, trage worp op. Consistentie in dat ene moment scheelt meer punten dan extra kracht.
Tot slot: blijf naar het doel kijken en niet naar de bijl. Het oog stuurt de beweging, precies zoals bij darts of boogschieten.
Op de baan gooit steeds één persoon tegelijk en blijft de rest achter de lijn. De bijl wordt pas opgehaald als hij volledig stil ligt, en dichte schoenen zijn verplicht. Een instructeur loopt de regels vooraf door en blijft tijdens de sessie aanwezig. Deelnemers zijn minimaal achttien jaar. Alle voorwaarden staan op de pagina over axe throwing in Utrecht.
Wie de bijlwerpen techniek eenmaal te pakken heeft, merkt dat het spel verandert. De aandacht verschuift van raken naar richten, en daarmee wordt de score interessant. Precies dat maakt een sessie geschikt voor een teamuitje of vriendengroep: het leerproces gaat snel en iedereen begint op hetzelfde punt. Waarom bijlwerpen daarnaast zo goed valt als uitlaatklep, staat beschreven in het artikel over bijlwerpen als stressverlichter.
Vergeet ons ook niet te volgen op Facebook en Instagram om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen.
Je hoeft je alleen maar in te schrijven via ons formulier, niets meer! Eens per kwartaal kiezen we een winnaar! Wacht niet en maak kans op een cadeaubon.